Home
Muzikale Belevingen
Laatste bijwerkingen
Pianostudio/Lessen
Peter van Korlaar
Pianoinstituut
Contact
Koffie bij de Piano
Liszt in Zaltbommel
Fotoalbum 1 - Liszt
Franz Liszt Concours
Jubileumconcert 2011
9e Concours 2011
8e Concours 2008
7e Concours 2005
Huisconcerten
Liszt aan de Waal
Gastenboek
Links
Sitemap

 25 jaar Franz Liszt Concours in Utrecht

 

Jubileumversie is een groot succes.

 

Hoge Kwaliteit onder de 21 finalisten van het

9e Internationale Franz Liszt Pianoconcours

 

Door Peter van Korlaar

(originele, niet ingekorte tekst) 

De winnaars

Masataka Goto wint overtuigend de 1e prijs.

Citaat uit het Juryrapport: “He is a true young Samurai!”

Olga Kozlova: 2e prijs

Citaat uit het Juryrapport: “Real Musicianship, haar evenwichtig spel dwingt ons om te luisteren”.

Oleksandr Poliykov – 3e prijs.

Citaat uit het Juryrapport: “A true Master of the beauty of sound on the piano”.

 

1. 2011, een Kroonjaar

Dit jaar was in meerdere opzichten gedenkwaardig; niet alleen vieren we op 22 oktober de tweehonderdste geboortedag van Franz Liszt, maar ook was het 25 jaar geleden dat in Utrecht het 1e Internationale Franz Liszt Pianoconcours, het daglicht zag. Het ‘zilveren’ jubileum van het Franz Liszt Concours werd uitstekend beschreven in een nieuwe publicatie van Mathieu Heinrichs, voormalig directeur van Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. In zijn jubileumboek met de pakkende titel, ‘Liszt en alleen Liszt’, gaat Heinrichs uitvoerig in op de ontstaansgeschiedenis van het concours. De basis tot een in Nederland te organiseren Internationaal Franz Liszt Concours werd al gelegd in 1979 tijdens een bestuursvergadering van de toen net opgerichte Franz Liszt Kring. Het waren het toenmalige bestuurslid Koos Groen, die samen met de, inmiddels overleden EPTA-secretaris Henk de By, het idee lieten rijpen voor een pianoconcours met alleen de muziek van Franz Liszt. Samen met de neef van Henk de By, mr. Eugène de By, als financieel expert aangezocht, en de toenmalige directeur van Muziekcentrum Vredenburg, Henk Smids, ging men aan de slag. Op 12 april 1984 werd de oprichtingsakte gepasseerd van de Stichting Lisztconcours 1986. Mr. J.E. Goldhoorn, notaris in Loenen aan de Vecht rekende een bedrag van 700 oude Nederlandse guldens voor de inschrijving in het stichtingenregister en alle overige administratieve handelingen tezamen. Kennelijk lag in de naam van de nog prille stichting al besloten dat in 1986 het 1e Franz Liszt Pianoconcours van start zou gaan. En dat jaar 1986 bleek niet geheel toevallig gekozen, het 1e Franz Liszt Pianoconcours ging in Utrecht van start met 36 deelnemers. Want 175 jaar nadat Liszt werd geboren in Raiding was het in 1986 ook eens 100 jaar geleden dat hij in Bayreuth overleed. 

In 1986 was het dus zover; Martyn van den Hoek mocht zich 1e prijswinnaar noemen en was daarmee een bedrag van 20000 oude Nederlandse guldens rijker en een gloednieuwe Philips CD-speler. Het Internationaal Franz Liszt Pianoconcours geldt nu als een van de grote internationale pianoconcoursen. Met het Chopinconcours van Warschau is het de belangrijkste “pianowedstrijd” die aansluitend aan één componist is gewijd. Het concours viel meteen in goede aarde bij zowel concertpubliek als muziekpers. Ook in de daaropvolgende jaren werd duidelijk dat er geen weg meer terug was: het Internationaal Franz Liszt Pianoconcours was hard op weg om zijn plaats te veroveren in het circuit van de grote internationale pianoconcoursen.

 

2. De internationale voorselectie

Evenals bij het vorige concours in 2009 waren er in het najaar van 2010 weer Internationale selectieronden geweest in Shanghai; Utrecht; New York en nu voor het eerst ook in Moskou. Er meldden zich maar liefst 69 kandidaten aan voor deze voorselectie waarvan 68 kandidaten daadwerkelijk zouden voorspelen. De verdeling was als volgt:

Shanghai: 7 kandidaten, waarvan 3 kandidaten naar de kwartfinale. Onder hen bevond zich de 1e prijswinnaar, de Japanner Masataka Goto (hij was ook kandidaat voor het 7e Lisztconcours in 2005)

Moskou: 9 kandidaten, waarvan 5 kandidaten naar de kwartfinale.

Utrecht: 36 kandidaten, waarvan 11 kandidaten naar de kwartfinale. Onder hen bevond zich de 2e prijswinnares: de Russin Olga Kozlova.

New-York: 16 kandidaten, waarvan 5 kandidaten naar de kwartfinale. Onder hen bevond zich de 3e prijswinnaar van dit concours, de Rus Olexandr Poliykov.

De voorronde in Moskou heeft dus de meeste kwartfinalisten opgeleverd (5=56%)

In 2008 stond Moskou nog niet in het rijtje van selectiesteden.

In New-York verdubbelde het aantal selectiekandidaten van 8 (in 2008) naar 16 (in 2011)

Uiteindelijk werden 24 kandidaten geselecteerd voor de kwartfinale in Utrecht (tevens de 1e concoursronde in Utrecht); 22 kandidaten kwamen daadwerkelijk hun lotingsnummer trekken in Utrecht. Eén kandidaat (de Rus Ilya Petrov) zou zich op de dag van zijn optreden nog afmelden wegens een blessure, zodat uiteindelijk 21 kandidaten de strijd ‘met Liszt’  en met elkaar aan konden gaan.

 

Het is een gegeven dat we veel kandidaten zien die hun 1e auditie voor dit concours niet in het werelddeel afleggen waar ze feitelijk vandaan komen. Het zegt iets over de internationalisering van de opleidingen en het moderne internationaal georiënteerde concertbedrijf.

Zo zien we dat de Oekraïnse pianist Olexandr Poliykov, de 3e prijswinnaar, die auditie doet in New-York, al vanaf 2007 studeert bij Michael Lewin, ooit zelf de 3e prijswinnaar van het allereerste Lisztconcours in 1986. En de Russische Olga Kozlova, winnares van de 2e prijs, doet haar 1e auditie in Utrecht. Zij studeert momenteel namelijk ook aan het Prins Claus Conservatorium bij Rian de Waal.

 

Feit is ook dat de meeste kandidaten vaak al een enorme staat van dienst hebben.

We zagen bijvoorbeeld dat de winnaar van de 1e prijs, Masataka Goto, al in 2005 een grote concerttour maakte door Europa en op het podium stond met orkesten als het Japan Philharmonic Orchestra, de Philharmonie van Krakau en het Philharmonisch orkest van Silezië. Masataka Goto studeerde overigens alleen nog maar in Japan; tot heden kreeg hij geen les bij een der gerenommeerde Europese pianodocenten. De Russische pianiste Olga Kozlova, winnares van de 2e prijs, studeerde al in 2009 cum laude af aan het befaamde Tsjaikowski conservatorium in Moskou. Zij won meerdere Internationale prijzen, zoals de 2e prijs bij de International Pianocompetition Premio Liszt te Grottammare (Italië) en de 2e prijs bij de International Competition Premio Jaén in Spanje (2008) In 2006 won zij de 1e prijs bij het Lisztconcours van Weimar. Dit leverde haar ondermeer een tournee door Europa op met de Europese Lisztnacht. Zij stond met deze Lisztnacht al op de podia van Boedapest, Raiding, Weimar, Bayreuth en Utrecht. De 3e prijswinnaar, de Oekraïner Olexandr Poliykov, studeerde aan de Nationale Muziekacademie P.I. Tsjaikowski in Kiev, bij Tatiana Roschina. Hij won ook al vele prijzen bij diverse Internationale Pianoconcoursen, zoals bijv. de 1e prijs bij de Steinway Society Competition in Boston en de 2e prijs bij het Lisztconcours in Weimar.

 

3. De herkomst van de 22 kandidaten

Om een overzichtelijk geheel te presenteren geven we nu van alle kandidaten het land van herkomst en hun geboortejaar; deze opsomming wordt dan verderop in het artikel niet meer herhaald.

Uit het Verre Oosten: 8 kandidaten. In de volgende onderverdeling:

China – 1 kandidaat; Linzi Pan (1994)

Japan: 3 kandidaten; Masataka Goto (1985); Nariya Nogi (1989) en Tomoki Sakata (1993)

Taiwan – 2 kandidaten: Yen Yu Chen (1994) en Yun-Yang Lee (1982)

Zuid-Korea – 2 kandidaten; Sooyeun Han (1984) en Jin Woo Park (1982)

Ter vergelijking: het 8e Franz Liszt Pianoconcours in 2008 telde 6 kandidaten uit deze regio.

Oost Europa en Rusland: 12 kandidaten, onderverdeeld als volgt: 

Bulgarije: 2 kandidaten; Dimitar Dimitrov (1987) en Ivan Penkov (1989)

Estland: 1 kandidaat; Hando Nahkur (1982)

Kroatië: 1 kandidaat; Goran Filipec (1981; ook kandidaat 7e Lisztconcours 2005)

Oekraïne: drie kandidaten: Dinara Klinton (1989); Ilia Petrov (1985, hij moest helaas vlak voor zijn optreden afzeggen wegens een blessure) en Oleksandr Poliykov (1988)

Rusland: 5 kandidaten; Elena Gurina (1989); Olga Kozlova (1986); Nicolay Lechenko (1983);

Dmitry Rodionov (1989) en Alexey Sychev (1988)

Italië: 1 kandidaat; Vincenzo Maltempo (1985)

USA: 1 kandidaat: Michael Kaykov (1990, overigens werd deze kandidaat geboren in Sint-Petersburg)

Ter vergelijking het 8e Franz Liszt Pianoconcours in 2008 telde:

Uit het Verre Oosten: 6 kandidaten

Uit Oost-Europa en Rusland: 12 kandidaten

Uit West-Europese landen: 5 kandidaten (Nederland: 1 Kandidaat, Christiaan Kuyvenhoven)

Uit Mexico: 1 kandidaat

 

We zien dus voor het 9e Franz Liszt Pianoconcours uit de West-Europese – en de Angelsaksische landen nauwelijks nog kandidaten uitkomen in de kwartfinale. Uit Nederland kwam geen enkele kandidaat door de voorselectie. Toch zagen we in de voorselectie wel enige,  ons al bekende pianisten aantreden, met typisch Nederlandstalige achternamen zoals Marsha Molenaar; Frans Douwe Slot; Nele Duijsters (België); Marice van Schoonhoven; Kasper Schonewille en (ook al kandiaat voor het 7e Lisztconcours in 2005) Christopher Devine.

 Je kunt wel stellen dat een trend hiermede doorzet; de kandidaten die de kwartfinale bereiken komen in meerdere mate uit de Aziatische landen (lees: Verre Oosten) en de Oost-Europese landen; Rusland en andere staten uit het voormalige Sowjetblok. 

 

4. Het repertoire, de verplichte werken

 

4.1 De Internationale voorronde. Een programma van 20 minuten.  

Uit item I, II en III kiest de kandidaat:

I    een Etude uit S 137/145, uitgezonderd

    Mazeppa, La Campanella en Etude d’ Exécution Transcendante nr 10

II  Keuze uit een aantal losse stukken zoals:  

    Valse de bravoure (S214/1);  Valse mélancolique (S214/2);  Valse oubliée nr. 2 (S215/2);

    Valse oubliée nr. 3 (S215/3); Bagatelle sans tonalité (S216a) Csárdás obstinée (S225/2)

III   Naar keuze van de kandidaat wordt nog  

     gekozen uit werken en transcripties van Liszt, met uitzondering van de  études en walsen.

 

In de Kwart – en Halve Finale heeft men de repertoirekeuze beperkt tot enige

vaste programmablokken, waarin de kandidaat niet verder meer kan variëren

 

4.2 Kwartfinale. Een programma van 35 minuten.

De kandidaat maakt een keuze uit item IV, V en VI.

IV Eén van de Hongaarse Rhapsodieën  

    of een ander lang werk gebaseerd op nationale thema’s (S234-S254)

V   en keuze uit één van de  volgende combinaties:

     1. Ballade nr. 1(S170) en Ballade nr. 2 (S171)

     2. Zwei Episoden aus Lenaus Faust: Der nächtliche Zug (S513a) en

          Erster Mephisto-Walzer (S514)

     3. Légende nr. 1 (S175/1) en Légende nr. 2 (S175/2)

     4. Polonaise nr. 1 (S223/1) en Polonaise nr. 2 (S223/2)

     5. Apparitions 1-3, (S155)  én Harmonies poétiques et religieuses (1833 - S154)

       (niet : S173)

     6. Hirtengesang an der Krippe én Die drei heiligen Könige (uit Christus - S498b) 

     7. Liebesträume 1-3 (S541) en Csárdás macabre (S224)

VI Een werk van Liszt naar eigen keuze, uit zijn transcripties van liederen van Beethoven, Chopin,       Robert Franz, Mendelssohn, Rubinstein, Schubert, Schumann and Liszt.

 

De combinaties onder V- 5, 6 en 7 werden niet gekozen.

In de praktijk zagen we dat alle kandidaten een Hongaarse Rhapsodie kozen en een van de genoemde combinaties onder V-1 t/m 4.  

In de volgende onderverdeling:

Ballades nrs 1 en 2: 11 kandidaten

Polonaises nrs 1 en 2: 5 kandidaten

Légendes nrs 1 en 2: 3 kandidaten

Zwei Episoden aus Lenaus Faust : 3 kandidaten.

Waaruit blijkt dat het blok met de twee verplichte Ballades veruit populair was.

 

Helemaal gelukkig was ik niet met deze verplichte programmablokken. Uit het oogpunt van programmering zou iets meer diversiteit tussen deze werken een aantrekkelijker programma kunnen opleveren. Ditzelfde kan gezegd worden van de verplichte combinatieblokken in de Halve Finale, zoals we hieronder nog zullen zien.

De programmering in deze keuzeblokken was al ingezet voor het 8e concours, feitelijk was dr. Leslie Howard, groot Lisztkenner en meerdere malen jurylid bij diverse Lisztconcoursen ervoor verantwoordelijk. Dat men koos voor ‘verplichte’ blokken met daarin enige vrij onbekende werken van Liszt had alles te maken met het voornemen kandidaten en publiek kennis te laten maken met een bredere keuze uit het enorme repertoire van Liszt en in ieder geval met enkele minder bekende werken van Liszt.

Bij mijn weten zijn de Zwei Episoden aus Lenaus Faust (S513a) en de Mehpisto-Waltz nr 2 (S515 en Beethoven/Liszt: Freudvoll und leidvoll (S468/3) niet eerder dan op dit Lisztconcours te horen geweest.

 

4.3 De Halve Finale, de kandidaat speelt een programma van ca. 50 minuten en kiest daarbij uit de volgende combinaties:

VII 1. Sonate in b (S178) en de beide Lugubre Godola’s (S200/1,2) en Mephisto-Walz nr 2 (S515)

     2. Années de pèlerinage – Première année – Suisse (S160)

     3. Années de pèlerinage – Deuxième année – Italie (S161)

     4. Harmonies poétiques et religieuses (S173/1,3,4,7,9)

     5. Années de pèlerinage – Troisième année, (S163 complete) én Fantasie und Fuge über das Motiv B.A.C.H (S529)

     6. Variationen über das Motiv von Bach: „Weinen, Klagen” (S180), Sarabande und Chaconne  (from Händel’s Almira) (S181) én

         Scherzo und  Marsch (S177)

     7. Trois odes funèbres (S516; S516a; S517) én Grosses Konzertsolo (S176)

 

De kandidaat kon aldus kiezen uit zeven programmablokken, hetgeen er in de praktijk op neer kwam dat alleen de blokken uit VII-1, 3 en 4 werden gekozen.

In de volgende onderverdeling:

1. Sonate in b (S178); La Lugubre Godola nrs. 1 en 2 (S200/1,2) en Mephisto-Walz nr. 2 (S515)

    werd door 4 kandidaten gekozen.

3. Années de pèlerinage – Deuxième année – Italie (S161) werd door vier kandidaten gekozen

4. Harmonies poétiques et religieuses (S173/1,3,4,7,9) werd slechts door één kandidaat gekozen.

 

De sonate was evenals bij het 8e concours, niet meer verplicht, hetgeen wel verhinderde dat men soms een kandidaat niet op alle facetten kon beoordelen, daar de programmablokken eigenlijk onderling, artistiek gezien, niet vergelijkbaar zijn. Overigens, was dit nu juist wél de bedoeling van de artistieke adviescommissie; er zijn meer werken (of programmacombinaties) van Liszt te vinden waarmee men de technische – én artistieke facetten van een kandidaat, gedurende een lange spanningsboog, kan beoordelen. Wat we hier ook uit kunnen concluderen is wel dat de meeste kandidaten toch voor de ‘veilige en vertrouwde’ werken van Liszt kiezen. Wil de artistieke commissie per se de onbekendere werken van Liszt programmeren dan moet je die werken haast wel dwingend voorschrijven in de verschillende afdelingen.

 

4.4 Finale – 1e avond – gedurende ca. 20 minuten

VIII  Een keuze uit de Operafantasieën/parafrases en/of transcripties van Liszt en/of een transcriptie van een instrumentaal werk van Beethoven, Berlioz, Hummel, Saint-Saëns or Weber

 

4.5 Finale – 2e avond

IX Keuze uit:

     1. Concerto No. 1 in E flat major, S124 

     2. Concerto No. 2 in A major, S125 

     3. Totentanz, S126 

     4. Hexaméron, Morceau de concert, S365b 

     5. Schubert/Liszt: Grosse Fantasie 'Wanderer' (Op 15), S366

Verderop, bij de beschrijving van de Finale leest u welke werken de kandidaten kozen, hier zij slechts vermeld dat ook tijdens dit 9e Lisztconcours de ‘Totentanz’ niet geklonken heeft en dat ‘Hexameron’ en de ‘Wandererfantasie’ ook nog nooit zijn uitgevoerd tijdens een Lisztconcours.

 

5. De Jury

Ook voor het 9e Lisztconcours zet men de Internationale Selectiejury in om de 1e schifting te maken gedurende de preselectie in de vier grote steden New-York; Moskou; Shanghai en Utrecht, en wel in september 2010. In deze internationale selectiejury komen we de reeds gevestigde  namen tegen van Rian de Waal (ook reeds jurylid van het 6e – en het 8e Franz Lisztconcours); Michael Lewin (3e Prijswinnaar van het 1e Lisztconcours in 1986); Igor Roma (1e prijswinnaar van het 4e Lisztconcours in 1996 en jurylid van het 8e concours in 2008) maar ook de relatief onbekende Zuid-Koreaanse pianist Choon-Mo Kang. Quinten Peelen, de directeur van de organisatie rondom het Lisztconcours vervulde ook hier, evenals drie jaar geleden bij het 8e concours,  de rol van niet meestemmende voorzitter.

 

In de Internationale Jury voor het ‘grote’ concours zelf (vanaf de kwartfinale)  komen we de namen tegen van twee ervaren oudgedienden onder de juryleden, voor de zevende keer werd Arnaldo Cohen gevraagd (zijn naam zien we voor het eerst in 1986 bij het 1e Franz Lisztconcours,  en verder bij het 2e -, 3e -, 4e -, 5e -, en 6e concours) en voor de zesde keer komen we Jan Wijn tegen, onze beroemde nestor onder de Nederlandse pianodocenten (zijn naam komt reeds vijf maal eerder voor in de juylijsten, namelijk vanaf het 1e concours in 1986 tot en met het 5e concours in 1999)  

Voor de 1e keer verschijnen in de Jury de namen van de Rus Nicolai Demidenko; de Italiaan Enrico Pace (de 1e prijswinnaar in 1989); de Amerikaan Jerome Rose; de Litouwse pianiste Mw. Mûza Rubackyté (zij maakte in 2008 al deel uit van de Internationale selectiejury); de van oorsprong Braziliaanse pianiste mw. Christina Ortiz en de bekende Hongaarse pianist en dirigent Tamás Vásáry. De Poolse Pianist Piotr Paleczny stond ook aangekondigd in het programmaboek als jurylid, maar moest wegens privéomstandigheden afzeggen. Het voorzitterschap werd ook nu weer gegund aan de Nederlander Lucas Vis (hij was ook de juryvoorzitter bij het 8e concours in 2008)

 

6. De Juniorjury

Om jongeren en dan met name scholieren van middelbare scholen wat meer te betrekken bij dit concours, werd een ‘Juniorjury’ in het leven geroepen, naar een idee van de Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen. Deze jury bestond uit: Annemieke Dannenberg (V6 EBVO De Passie; Hannah Volbeda (voorexamenklas muziek St. Gregorius college); Jurn Tjoa (1e klas Utrechts Stedelijk Gymnasium) Maartje Bruinewoud (Christelijk Gymnasium Utrecht)

Tijmen de Ridder (Christelijk Gymnasium Utrecht)

 

7. De Kwartfinale

Omwille van de lengte van dit artikel ga ik niet in op alle individuele prestaties van deze voorronde. Wel maak ik eerst een uitzondering voor

Olga Kozlova; Dimitar Dimitrov en Ivan Penkov. Deze drie pianisten had ik al eerder gehoord en ik had aanvankelijk hoge verwachtingen bij hen.  Olga Kozlova en Dimitar Dimitrov speelden in het vorige seizoen al bij de befaamde serie ‘Koffie bij de Piano’ in het Theater aan de Parade te ’s-Hertogenbosch. Ik schreef al eerder een zeer lovende recensie over Olga, naar aanleiding van het optreden op 4 april 2010. Voor de beeldvorming een enkel citaat hieruit: Wat opviel was de enorme technische beheersing, gekoppeld aan een immense concentratie en dito muzikaliteit; er viel niets op af te dingen….” En verderop in de recensie:  “Ik ontlokte haar de uitspraak dat zij zich aan gaat melden voor het  9e Internationaal Franz Liszt Concours in Utrecht, voorjaar 2011. Rekening houdend met het feit dat zij reeds in 2006 de 1e prijswinnares was op het Franz Liszt Concours in Weimar, ging ik er vanuit dat zij in Utrecht ‘hoge ogen’ zou gaan gooien!”  Wel, mijn ‘profetische uitspraak’ zo ik die al zou mogen doen, kwam meer dan uit; Olga toonde zich in de kwartfinale al meteen een formidabele pianiste. met een ‘directe aanpak, zeer to the point, en een briljante Russische stijl van spelen’.

Zij speelde als een der weinigen een bepaalde passage in de 2e Ballade naar behoren! (Ed. Peters, Band V – Ballade nr 2 – pag. 53 – 3e systeem)

Dimitar Dimitrov was in juni 2010 de winnaar van de Bossche Pianoserie ‘Koffie bij de Piano’. Hij speelde zich naar de 1e prijs met de ‘Trois Mouvements de Petrouchka’ van Igor Strawinsky. Ik schreef naar aanleiding van zijn prestatie toen ondermeer: “Bij vlagen was zijn spel bits en ongenaakbaar, daarmee meteen de ultieme sfeer treffend die dit werk zo eigen is. Een TOP- prestatie!”

Helaas zette hij zijn gewekte verwachtingen niet door, zijn twee Ballades kenmerkten zich door veel misslagen en een nerveuze manier van spelen. Het pareltje ‘Widmung’, speelde hij eigenlijk de vernieling in: te snel en te veel missers op het einde. En hiermede waren zijn kansen op een plaats in de Halve Finale, verkeken!

Zijn landgenoot Ivan Penkov bracht het er beter af. Ivan Penkov, gaf als voorbereiding op het concours, een huisconcert voor de leden van de Nederlandse Franz Lisztkring, op 5 maart 2011, ten huize van de Nederlandse pianiste (en bestuurslid van de Nederlandse Lisztkring) Mevrouw Toos Onderdenwijngaard in Wassenaar. Ik noemde Ivan Penkov bij die gelegenheid een “een goed pianist, technisch bijna een alleskunner, maar zijn lichaamstaal straalt wat weinig emotie uit.”  In mijn beschouwing ging ik ervan uit dat hij de Halve Finale zou halen….en dat gebeurde dus ook!  Ook nu weer speelde hij in de kwartfinale ‘Der nächtliche Zug’ met daaraan gekoppeld de ‘1e Mephistowals (S513a/S514). ‘Der nächtliche Zug’, een voor de luisteraar minder bekend werk van Liszt, en als zodanig ook niet gemakkelijk in het gehoor liggend vanwege de vele stemmingswisselingen, speelde hij zeer goed, zelfs spannend! Ook ‘Der Tanz in der Dorfschenke’ (1e Mephistowals) speelde hij voortreffelijk. Tenslotte nog een 11e Hongaarse Rhapsodie (S244/11), wederom in een virtuoze setting!

De drie hierboven beschreven pianisten mochten zich allen gesteund weten door de ‘Labberté-Hoedemakers Foundation’, een fonds, opgericht door het sympathieke echtpaar Labberté-Hoedemakers uit het Groningse Haren.  Dit fonds heeft al vele pianisten die we ook kennen van eerdere Lisztconcoursen de nodige financiële armslag gegeven om een succesvolle carrière te kunnen starten. De 4e pianiste die ik hier nog even uitlicht betreft de 17 jarige Chinese pianiste Linzi Pan. Linzi, de jongste pianiste van het concours en altijd smaakvol gekleed in rood getinte  jurken met rode schoentjes, maakte grote indruk in de kwartfinale. Linzi speelde twee prachtige prachtige liedbewerkingen: ‘Auf dem Wasser zu singen’ (S558/2) en ‘Erlkönig’ (S558/4). Ook haar twee Ballades (S170/171) waren zeer fraai, met mooie cantilene lijnen en een natuurlijke elegantie. Ook zij mocht door naar de Halve Finale.

En dan de 1e prijswinnaar Masataka Goto, hoe presteerde hij in de kwartfinale. Wel, mijn eigen notities doornemend was het van meet af aan duidelijk dat hij in ieder geval de Halve Finale zou halen. Leest u maar: ‘1e Ballade (S170): een prachtige opbouw, met een geweldige timing; 2e Ballade (S171): perfect uitgevoerd, alle details zijn hoorbaar.

Erlkönig (S558/4): alle zangstemmen in dit lied zijn hoorbaar, hij speelt het met een verbluffend gemak! Hongaarse Rhapsodie nr 13 (S244/13): perfect en smaakvol gespeeld. Alles valt op zijn plaats. Een TOP-pianist!!’  Het was voor mij niet verwonderlijk dat hij door mocht naar de Halve Finale. En dan de grote verrassing van dit concours: Oleksandr PoliykovIn de radiocommentaren werd hij al de ‘Russische beer’ genoemd, ook wel de ‘Goliath’, om het verschil in lichaamsbouw aan te duiden met de veel fragielere Japanner Masataka Goto. Velen, waaronder ook ik,  hadden hem niet direct een plaats toebedacht in de Halve Finale. Hoe kwam dat? Laten we voorop stellen dat hij uitstekend en degelijk pianospel leverde, maar, ik citeer mezelf: ‘Hongaarse Rhapsodie nr 9 (S558/4): Stevige octaafgangen maar ook mooi Leggierospel. De beide Polonaises nrs. 1 en 2 (S223/1/2):  het polonaiseritme is niet te horen, ondoorzichtig spel. Slordige ff passages, hij houdt het ritme niet strak. En dan de klap op de vuurpijl: Erlkönig (S558/4): Donderende octaafgangen; iedereen in dit lied, de vader, het kind, de duivel en het paard sterven ogenblikkelijk onder zijn geweld’

Dat hij toch door mocht was een verrassing!

 

8. De Halve Finale

Omwille van de duidelijkheid geven we nu de 9 halve finalisten in  volgorde van hun optreden.

Tomoki Sakata; Nariya Nogi; Linzi Pan; Olga Kozlova; Jin Woo Park; Ivan Penkov; Dinara Klinton; Masataka Goto; Oleksandr Poliykov;

We zagen al dat kandidaten in de halve finale uit een aantal complete blokken konden kiezen. Wie koos welk blok, en hoe speelde de kandidaat zich door deze blokken heen.

 

Een overzicht, voor de duidelijkheid nummer ik de ‘blokken’ uit de repertoirelijst om in Romeinse cijfers:

Blok VII.1 werd vier keer gekozen door:

Linzi Pan; Olga Kozlova; Jin Woo Park en Oleksandr Poliykov

Sonata in B minor, (S178)

Die Trauergondel 'La lugubre gondola' – I, (S200/1)

Die Trauergondel 'La lugubre gondola' – II, (S200/2)

Mephisto-Waltz No. 2, (S515)

Linzi Pan speelt de beide ‘Gondola’s’ te braaf, niet overtuigend genoeg. De ‘Sonate’ is onder haar handen braaf en netjes, het tempo ligt te laag; ze weet geen grote spanningsboog te creëren.

Olga Kozlova speelt de beide ‘Gondola’s’ prima, treft de sfeer goed, laat in de ‘1e Gondola’ een mooi tremolando horen. De ‘2e Mephistowals’ is onder haar handen grillig en diabolisch van karakter, een totaal andere interpretatie dan die bij Linzi te horen viel. De ‘Sonate’ is een organisch geheel en klinkt nergens bombastisch. Olga heeft een degelijke en robuuste kijk op het stuk. Overigens, de leeftijd speelt hier ook parten, Olga is 25 jaar en heeft al veel speelervaring; Linzi is met haar 17 jaren de jongste deelnemer.

Jin Woo Park speelt de ‘2e Mephistowals’ goed, maar niet doorzichtig genoeg.

De ‘1e Gondola’ speelt hij te snel, met weinig sfeer, in de ‘2e Gondola’ ontbreekt de diaboliek.

De ‘Sonate’ is bij vlagen heel netjes, briljant zelfs, maar geen organisch geheel, het tempo staat soms stil. Hij produceert wel een mooie klank!

Oleksandr Poliykov. Zijn ‘2e Mephistowals’ is flamboyant; hij laat duivels, saters, trollen en heksen dansen! De ‘1e Gondola’ is erg mooi, met een prachtig tremolando (de doodsklok)

De ‘2e Gondola’ is wat bescheidener van aard, niet echt ‘luguber’, maar wel een schitterend pppp aan het einde. De ‘Sonate’: hij begint heel zacht en mysterieus, maar zijn ff zijn ongemeen heftig. Zijn donderende octaafgangen zijn slordig en uit balans. Zijn pp passages worden vertraagd ten opzichte van het geheel. Hij maakt in die gewelddadige passages inderdaad de indruk een ‘Russische beer’ te zijn. (Ik schreef het al op nog voor ik dezelfde uitdrukking van de radiocommentator hoorde!)

 

Blok VII.3  Années de pèlerinage – Deuxième année – Italie, S161 (complete) bestaande uit

Sposalizio ; Il penseroso ; Canzonetta del Salvator Rosa ; Sonetto 47 del Petrarca ; Sonetto 104 del Petrarca ; Sonetto 123 del Petrarca ; Après une lecture du Dante - Fantasia quasi Sonata

werd vier keer gekozen door: 

Tomoki Sakata;  Ivan Penkov; Dinara Klinton en  Masataka Goto

 

Tomoki Sakata: De drie ‘Sonnetten’ nrs.  47-104 –123 speelt hij in ragfijne kristalheldere lijnen; met een prachtige klank. Er zit soms iets te weinig beweging in de muziek.

‘Dantesonate’: zeer fijn uitgevoerd, met een maximale beheersing van de techniek. Hij was de enige pianist in de Halve Finale die nog koos voor de Fazioli, en het was te horen ook!

Ivan Penkov: ‘Spozalizio’ speelt hij mooi en eerlijk, maar de drie ‘Sonnetten’ over het geheel genomen slordig en emotieloos. Zijn ‘Dantesonate’ is statisch, de loopjes worden een brij van noten!

Dinara Klinton: Over het algemeen vond ik haar spel, netjes, braaf en plichtmatig, het straalde

weinig sfeer uit. De ‘Dantesonate’ was technisch wel gaaf, maar was het ook muziek?

Ik kon me er maar niet in terugvinden!

Masataka Goto: ‘Spozalizio’, wat een prachtige klank, zeer homogeen. ‘Il Penseroso’ – over iedere noot is nagedacht. ‘Canzonetta’ – vrolijk en fris, zonder verdere opsmuk.

‘Sonetto nr. 47’:  Ieder detail is hoorbaar, hij vertelt het verhaal achter de noten.

‘Sonetto nr. 104’: Bij hem klinkt alles zo logisch dat zelfs ‘lekenoren’ deze muziek prachtig moeten vinden!  ‘Sonetto nr 123’ – Zijn loopjes rijgen zich als ‘rijzende zonnen’ aaneen. Niemand hoest tussen de delen door (Dat was helaas bij zijn voorgangster, Dinara Klinton, bij de vorige avond wel het geval).  En toen volgde nog de ‘Dantesonate’: krachtig en briljant met verbluffend gemak. Hoe krijgt deze tovenaar met zijn schijnbaar kleine handen het toch voorelkaar? Bij hem brandt de ‘hel van Dante’ echt …..!   Uit mijn enthousiaste beschrijving van Masataka Goto, mag u, lezer,  opmaken dat ik hem een plaats in de Finale toebedacht.   

 

Blok VII. 4 - Harmonies poétiques et religieuses, S173/1,3,4,7,9

Invocation; Bénédiction de Dieu dans la solitude ; Pensée des morts ; Funérailles en Andante lagrimoso

werd slechts één keer gekozen door: Nariya Nogi

‘Pensée des morts’, een huiveringwekkende vertolking; Funérailles, een intense beleving;

‘Bénédiction de Dieu dans la solitude’, een prachtige en muzikale opbouw.  Hij draaide overigens het ‘Lagrimoso’ en de ‘Bénédiction’, om. Dat was ook beter zo!

Alle voorspeelsessies van de Halve Finale werden om beurten aan elkaar gepraat en gepresenteerd door Lex Bohlmeijer en Christiaan Kuyvenhoven.

 

9. De Finalisten – de voorspelling

Het blijft altijd gissen om te voorspellen wie er van de negen kandidaten uiteindelijk overblijven.

Volgens mij ging het om: Olga Kozlova; Masataka Goto en Nariya Nogi. Ook nu weer stond

Oleksandr Poliykov niet op mijn lijstje, ik vond hem toch hier en daar wat ‘bruut’ in zijn klankvorming. Wel, Olga Kozlova en Masataka Goto gingen naar de Finale, en ‘verrassing’, zo ook Oleksandr Poliykov.  Nariya Nogi viel er dus buiten.


10. De Finale

De Finale was zoals te doen gebruikelijk weer in twee avonden geknipt. Op vrijdagavond 8 april speelden de drie Finalisten de door hen gekozen solowerken. Op zaterdagavond 9 april (de gala-avond) speelden zij de gekozen werken voor piano & orkest. De 1e Finaleavond werd gepresenteerd door Lex Bohlmeijer, de 2e Finaleavond werd gepresenteerd door Dieuwertje Blok.

 

10.1 Finale 1 - Olga Kozlova

Wagner/Liszt, Isoldens Liebestod(S447)

Zeer mooi en expressief gespeeld, Olga bewijst dat zij een pianiste is van grote klasse.

Saint-Saëns/Liszt, Danse Macabre (S555)– Ik hoorde een andere zetting dan de gebruikelijke transcriptie van Saint-Saëns/Liszt; het notenbeeld kwam niet overeen met de versie die Pisarenko indertijd speelde, de vele hoestbuien in de zaal brachten haar uit balans? 

Deze versie mist het duivelse aspect, is niet scherp genoeg! Navraag bij Olga, later op de avond, leerde mij dat het de versie was van Liszt/Saint-Saëns/Horowitz. (overigens was bij de organisatie niet bekend dat zij deze versie zou spelen, eigenlijk was de Horowitz-setting verboden…)

 

10.2 Finale 1 - Oleksandr Poliykov

Wagner/Liszt: Ouvertüre zu Tannhäuser (S442)

Soms fraai van toonvorming, niettemin is het grondtempo onevenwichtig, Het lukt hem vrij aardig om alle tegenreeksen van de hoofdmelodie ongeschonden uit de vleugel te krijgen. Over het algemeen weer een daverend volume in de fff’s.


10.3 Finale 1 - Masataka GOTO

Bellini/Liszt: Réminiscences de Norma (S394)

Een prachtige en evenwichtige uitvoering, helder van toon. Hij laat de fraaie zanglijnen mooi uit de enorme hoeveelheid guirlandes komen!

 De 1e Finaleavond werd in zijn geheel op Radio 4 uitgezonden, en dat opende onverwachte perspectieven. Nu was ik in staat om het thuisfront een opname te laten maken die ik later weer op mijn gemak heb doorgeluisterd. Wat ik in de zaal hoorde en noteerde klopte in grote lijnen. Erger nog: het hoestende publiek was luid en duidelijk te horen tijdens het spel van Olga Kozlova, en ik handhaaf mijn eerder opgeschreven mening dat zij er door van haar stuk werd gebracht tijdens het spelen van ‘Danse Macabre’. Christiaan Kuyvenhoven zat nu naast radiocommentator Marc Brouwers en bevestigde achteraf in grote lijnen,  mijn gedachtespinsels, die ik vrijwel gelijktijdig noteerde, hoewel onafhankelijk van hem.  

 

10.4 Finale 2 - Olga Kozlova

Pianoconcert nr. 1 in Es (S124) Zij begint het concert heel fraai, met een prachtig toucher. Maar gaandeweg worden enkele vitale inzetten onzeker ingezet (vanaf blz. 23 – 2e systeem, maat 3 – Ed. Peters) Ze probeert de toon fraai te houden, maar het gaat ten koste van het volume. Het orkest speelt ook hard, Dirigent Jaap van Zweeden geeft haar geen krimp. Ze moet meer naar de dirigent kijken, maar staart teveel op haar handen. Op het grote beeldscherm is de regie ronduit slecht, pas in de laatste 5 minuten van het concert krijgen we echt een blik op haar handen. Al met al een matige uitvoering.

10.5 Finale 2Masataka Goto

Pianoconcert nr. 1 in Es (S124) Hij neemt rustig de tijd voor zijn inzetten, en ze zijn altijd op tijd. Nergens haast hij zich. Hij maakt een koele – en berekenende indruk, neemt zelfs de tijd om zijn hoofd en de toetsen af te wissen tijdens een orkestpassage. Iedere noot is weer afgewogen en klinkt mooi. Hij maakt als het moet een krachtige toon, en grijpt daarbij diep in de toetsen met zijn kleine handen. Al met al een perfect samenspel, alles valt op zijn plaats. Hij loert voortdurend naar de dirigent, maar deze kijkt (helaas) te weinig terug naar zijn solist.

10.6 Finale 2 - Oleksandr Poliykov

Pianoconcert nr. 2 in A (S125)

Hij oogt ontspannen, hij kijkt goed naar de dirigent. Speelt mooie zachte passages, ondermeer een goede begeleiding van de mooi cellosolo. (blz. 20 – 1e systeem in de Ed. Peters)

Maar vanaf het ‘Allegro deciso’ neemt hij kennelijk de leiding door het tempo enorm omhoog te jagen. Dit gaat ten koste van de transparantie. Juist deze enorme akkoordformaties gedijen beter in een wat langzamer tempo. Het resultaat was dat het concert hiermede feitelijk ‘over de kling’ werd gejaagd, dit prachtige pianoconcert verdiende beter!

 

11. De Prognose

Hoewel een prognose altijd een met (on)zekerheden gebouwde voorspelling is waagde ik het er toch op om een uitslag te voorspellen.

1e prijs: Masataka Goto. Hij speelde van de drie kandidaten het meest stabiel, maakte nagenoeg geen fouten. In mijn visie was zijn spel ook zeker muzikaal te noemen, bij oosterlingen als hij lijkt het dan net of alles van te voren is doordacht en uitgeprobeerd.

2e prijs: Olga Kozlova. Een degelijke en eerlijk spelende pianiste, bij haar zeker geen holle frasen of bombastisch gedaver.

3e prijs: Oleksandr Poliykov. Een kundige pianist, met een ogenschijnlijk enorme technische beheersing. Hij moet wel aanleren om zijn vermogen om echt hard te spelen in dienst te stellen van de muziek!

 

12. De Uitslagen

Masataka Goto:

a) 1e prijs: € 20000

b) Juniorprijs (uitgereikt namens de ‘Juniorjury’, door Mr. A. Wolfsen, burgemeester van Utrecht)

     Masataka Goto speelde daarna nog een toegift: Hongaarse Rhapsodie nr. 13 (S244/13)

c) Van Lanschot Bankiers Publieksprijs: € 3000

    (uitgereikt door mr. Floris Deckers, voorzitter van de Raad van Bestuur)

 

Olga Kozlova:

a) 2e Prijs: € 15000

b) Prijs van de Internationale Muziekkritiek: € 5000

    (uitgereikt door Mathieu Heinrichs, voorzitter van de Internationale Persjury)

 

Oleksandr Poliykov:

     3e prijs: € 10000

 

Yen Yu Chen

     Henk de By aanmoedigingsprijs: € 8000 (uitgereikt door Mr. Eugène de By)

     Zij speelde daarna als toegift: Feux Follets

 

De winnaars van de 1e, 2e en 3e prijs krijgen bovendien gedurende bijna drie jaren

het zogenaamde ‘Career development Programme’ aangeboden door de organisatie van het Franz Liszt Concours. Dit programma bevat een groot aantal concerten, te geven in landen binnen en buiten Europa. Bovendien omvat het programma een cd-opname; een website, media- en presentatieondersteuning. Om een indruk te geven over het aantal concerten: de prijswinnaars van het 8e Franz Lisztconcours gaven de afgelopen jaren meer dan 150 concerten in 25 landen over de gehele wereld

Op de 1e Finaleavond werden overigens al twee van de bovengenoemde prijzen uitgereikt,

de ‘Junior’prijs werd uitgereikt door de Utrechtse burgemeester mr. Aleid Wolfsen, en, na een bevlogen toespraak, door diens neef en oud-voorzitter van het Lisztconcours mr. Eugène de By,  de ‘Henk de By – aanmoedigingsprijs’.

De ‘Junior’ prijs was een idee van de Utrechtse burgervader. Vijf scholieren van enkele Utrechtse middelbare scholen mochten een prijs uitreiken aan de kandidaat van hun keuze; de prijs bestond uit een schilderij van de Utrechtse kunstenaar Jurjen Bertens. Dit alles met het sympathieke idee om jongeren wat meer te betrekken bij het Franz Liszt Concours.

De prijsuitreiking als geheel zou aan glans kunnen winnen indien men alle prijzen op de 2e (slot)avond zou uitreiken. Verder zou de organisatie de juryvoorzitter ernstig moeten instrueren om wat meer glans te geven aan zijn toespraak, aan het uitreiken van de prijzen en aan het decorum er omheen. Een en ander in samenspraak en regie met de presentator van deze slotavond. Voorts zou het prijzenfestijn aan uitstraling  winnen indien men een oude gewoonte weer in ere zou herstellen, namelijk om de juryleden allen een zitplaats aan te bieden op het toneel, compleet met naambordjes, en gezeten achter een groen tafellaken (naar het Brusselse model van het Elisabeth Concours!).  Meerdere personen onder het publiek vonden na afloop dat deze prijsuitreiking wel een wat feestelijker karakter had kunnen krijgen.


13. De organisatie achter het concours

De kandidaten konden kiezen uit zes vleugels: Yamaha; Steinway en Fazioli en dat voor ieder merk, maar liefst in een dubbel aantal. Naar mijn mening kwam deze generositeit niet eerder voor. Zelf vond ik de Fazioli elke keer prachtig klinken. Maar de meeste kandidaten kozen toch voor Steinway, dit merk werd 15 keer gekozen. Ofschoon de onderlinge verschillen tussen de drie merken voor kenners zeker wel vastgesteld konden worden (zelfs geblinddoekt zou ik dat nog wel durven….) was evenwel de verdubbeling per merk gewoonweg niet meer vast te stellen, temeer omdat ik me als bezoeker ook even een kleine pauze moest veroorloven tussen de kandidaten door. De Yamaha werd 3 keer gekozen, evenals de Fazioli. Opvallend was nu wel, dat van de zes vrouwelijke kandidaten er vijf voor de Steinway kozen. Dinara Klinton, koos voor de Yamaha, die ik overigens heel mooi vond, een diepe sonore klank, vol en volumineus; dit in tegenstelling tot de Fazioli, die onder de handen van drie mannelijke kandidaten vrijwel altijd zeer helder en transparant klonk. Vooral in de zeer zachte passages klonk de Fazioli, prachtig, bijna ijl en sereen zelfs. Het spreekt bijna vanzelf dat Evert Snel weer persoonlijk aanwezig was, om tussen alle sessies door, de vleugels te verwisselen, bij te stemmen of anderszins. Op de stemming en intonatie hadden wij (het publiek) dan ook helemaal niets aan te merken. Hulde!

 

Tijdens het juryoverleg na de laatste Halve Finale was er het Liszt Café in de foyer. Christiaan Kuyvenhoven toonde zich een goed gastheer en presentator en ontving er grootheden als Hannes Minnaar en Igor Roma, en ook Evert Snel, Mathieu Heinrichs en de Lisztbezoeker van het eerste uur,  Arnoldt Erhardt.

 

Ook nu weer viel er niets op de Lisztorganisatie aan te merken. Zoals altijd stonden de beide gastvrouwen,  mevrouw Corrie Kuyvenhoven en mevrouw Yke Mönking klaar om vragen te beantwoorden. Tijdens beide Finaleavonden was de catering gratis (of bij de entreeprijs inbegrepen). De sfeer was tussen de rondes door ongedwongen en bij welk belangrijk concours ter wereld kan men de directeur van het concours (Quinten Peelen) aanschieten met een (prangende) vraag, of zomaar een biertje met hem drinken?

 

14. De Media en de Pers

In het dagblad ‘Trouw’ werden op 25 maart 2010 twee paginagrote artikelen aan Franz Liszt gewijd. De privéverzameling van Christo Lelie werd uitvoerig beschreven in een pakkend artikel met als kop: ‘Ik kom door de achterdeur bij Liszt binnen’ en hijzelf vroeg zich in een 2e artikel af waar de ‘Lisztwinnaars’ van de eerste acht concoursen waren gebleven.

Recensies werden geplaatst in:

De Telegraaf, NRC, Trouw en AD/UN. Het NRC plaatste een interview. Daarnaast komt er nog een verslag in International Piano Magazine en Piano News. De Japanse televisie besteedde veel aandacht aan de overwinning van Masataka Goto en ook haalde hij daar veel geschreven pers.  Radio 4 heeft de beide finaleavonden rechtstreeks uitgezonden. Nederlandse TV besteedde geen aandacht aan de winnaar, behalve in NTR Podium, en dan alleen nog in een mager uitgevallen documentaire. Waar blijven onze publieke omroepen toch als het gaat om het integraal via TV uitzenden van de twee slotavonden? Hebben zij het hoofd reeds moede in de schoot gelegd, murw geslagen door opeenvolgende bezuinigingen? Een gemiste kans! Tenslotte konden de verrichtingen van de kandidaten nog rechtstreeks worden gevolgd via de webcam van het concours, daarmede zeker ook Rusland, Japan en China bereikend, maar deze wijze van computerkijken biedt nog steeds geen alternatief voor een stevige rechtstreekse TV-uitzending in Nederland!


15. Slotbeschouwing

Zoals ik in de aanhef al aangaf, dit 9e Franz Liszt Concours had een ongekend hoog niveau. Dit kwam zeker al tot uiting bij de voorrondes, waar opmerkelijk goed werd gespeeld. Zeker als men het niveau van 25 jaar geleden vergelijkt met het huidige spelniveau van de doorsnee concourskandidaat, dan is er een hele ‘slag gemaakt’, en een wereld gewonnen. Ook de acceptatie van de pianomuziek van Franz Liszt is volwassen geworden, de hedendaagse concertbezoeker kijkt niet vreemd meer op bij het beluisteren van de Sonate, van de beide Pianoconcerten, van Nuages Gris enz. Ook de winnaar van het 1e uur, Martijn van den Hoek, kon dat alleen maar beamen bij zijn beschouwingen als radiocommentator bij de rechtstreekse uitzending op Radio-4.

 

Heeft dit concours nu de ware Lisztwinnaar opgeleverd? Het is niet gemakkelijk om deze vraag te beantwoorden. Want wat is nu een echte Lisztpianist? Is het iemand die  in staat is om technisch gezien de meest veeleisende notenreeksen ongedwongen over het podium te strooien? Is het een muzikale poëet, met een verfijnde aanslag en een vederlicht toucher? Laat hij de dirigent, als tempobewaker,  ver achter zich, en ramt hij de lastigste octaafgangen koelbloedig en in een onwaarschijnlijk hoog tempo uit de vleugel? Het is waarschijnlijk een mix van alle hierboven beschreven kenmerken die de Lisztwinnaar ook een echte Lisztpianist maken. Zo komen we automatisch uit bij Oleksandr Poliykov, als koelbloedige tempomaker; bij Olga Kozlova als een muzikaal begenadigd spelende pianiste met een eerlijke kijk op de muziek, en bij Masataka Goto als de pianist die als de meest degelijke van het drietal beschouwd kan worden, maar ook de pianist die bewust de materie naar zijn hand zet, op een dusdanige wijze dat alles netjes op zijn plaats valt, er valt dan niets meer op af te dingen. Zo te zien is de rangschikking van de Jury dan nog niet zo gek, en in ieder geval volstrekt verdedigbaar. Of er ooit nog internationale doorbraken gerealiseerd kunnen worden met het winnen van dit concours is nog maar de vraag, waarschijnlijker is dat deze drie pianisten ergens wel hun weg zullen weten te vinden in het danig geïnternationaliseerde concertbedrijf, dat met behulp van de wereldwijd opererende media de gehele aardbol omspant.

 

Het zou Franz Liszt goed gedaan hebben, als hij, die voortdurend onderweg was in Europa, om zijn eigen muziek of die van collega’s te promoten, nog mee had kunnen maken dat zijn muziek nu toch echt WERELDMUZIEK is geworden in de ruimste zins des woords!

Dus toch:

                   ‘Liszt, en alleen Liszt!’

 

Dit artikel verscheen eerder als ingekorte versie in: 

PIANOBULLETIN 2011/2 - uitg. EPTA en

LISZTBULLETIN 2011/02 - uitg. Franz Liszt Kring

 

 



 


 

Stichting Pianoinstituut